14 jan 2026

Neurologie boekt tijdswinst en nauwkeurigheid met de Digizorg Assistent

De afdeling Neurologie van het Erasmus MC werkt sinds enige tijd met de Digizorg Assistent. Neuroloog en klinisch neurofysioloog dr. Robert van den Berg speelde daarbij een belangrijke rol: hij testte de tool intensief, hielp mee aan de doorontwikkeling én begeleidde de AIOS bij hun eerste ervaringen. Hoewel de assistent zeker potentie laat zien, benadrukt Robert dat het gebruik ervan nog volop in ontwikkeling is. Toch is de interesse onder collega’s groeiende: alle AIOS-spreekuren werken inmiddels met de tool en steeds meer stafleden sluiten voorzichtig aan.

Het uitwerken van consulten was tijdrovend

Voor de komst van de Digizorg Assistent was het uitwerken van consulten en brieven tijdrovend en sterk afhankelijk van iemands typesnelheid. Sommige collega’s konden tijdens het gesprek bijna volledig meeschrijven, maar moesten achteraf nog steeds alles ordenen, structureren en herschrijven. Robert:

‘Het meest frustrerende was om notities steeds opnieuw te moeten structureren en netjes te verwerken. Dat kostte veel tijd en energie.’

Daarnaast speelde nieuwsgierigheid mee: ‘Ik was heel benieuwd naar wat er nu al kan en waar ik tijd mee kon besparen.

Neurologie-specifieke prompt en praktische randvoorwaarden

Tijdens de testfase pakte Robert het grondig aan. Hij begeleidde de AIOS op de poli, deed zelf gesimuleerde consulten en bracht zowel mogelijkheden als beperkingen van de assistent in kaart. ‘Het is indrukwekkend om vanuit het niets een verslag in je dossier te zien verschijnen. Maar zodra de euforie afzakt, merk je hoeveel aanpassingen en controle er nog nodig zijn.’

De AI had bijvoorbeeld moeite met rekenen en werd soms te breedsprakig. Daarom ontwikkelde Robert een neurologie-specifieke prompt en stelde hij praktische randvoorwaarden op, zoals goede opnameapparatuur en een goede positionering daarvan.

Robert gaf een demo aan alle AIOS, organiseerde oefensessies waarin hij zelf de rol van patiënt op zich nam, en verzamelde alle feedback in een logboek. Enthousiaste AIOS, zoals Sophie Derks, fungeerden als ambassadeurs. Na een presentatie van Robert zijn inmiddels ook zes stafleden gestart met het gebruik van de assistent.

Eerste positieve ervaringen

AIOS zagen al snel de potentie van de assistent en ervaarden tijdswinst in het proces, maar ook hier kwam nuance. Robert: Zolang je nog niet volledig kunt vertrouwen op de transcriptie, blijf je dubbel werk doen. Dat moet echt beter.’ Tegelijkertijd is de verslaglegging merkbaar verbeterd: bijna geen spelfouten meer, een duidelijke structuur en completere dossiers. De AI kan soms wel wat langdradig zijn, waardoor notities groter worden dan voorheen.

De meeste winst wordt nu gezien bij consulten met een vaste structuur, zoals controlebezoeken met vaste vragenlijsten.

Het effect op het consult zelf is nu nog beperkt, maar Robert ziet een duidelijke toekomst:

‘Ik kan me voorstellen dat bij bepaalde consulten een pre-consult via AI al een deel van de anamnese ophaalt, zodat dokter en patiënt alleen nog de kern hoeven te bespreken.’

Ook collega’s delen deze ervaringen. De grootste voordelen die zij noemen zijn minder herschrijfwerk en een consistenter dossier. Tegelijkertijd ervaren ze uitdagingen. Transcriptiefouten en onvolledigheden door speech-to-text blijven een aandachtspunt, en AI doet soms aannames die een arts nooit zou maken. Jongere artsen moeten bovendien hun manier van werken opnieuw uitvinden: ‘Je bent gewend je gedachten te structureren via het toetsenbord. Nu moet je leren dat anders te doen.’

Werk in uitvoering

Voor Robert is de Digizorg Assistent duidelijk een ‘werk in uitvoering’: ‘Bij eenvoudige consulten is er enige tijdswinst, maar het gevoel overheerst dat de echte winst om de hoek ligt.’ Zijn advies aan andere ziekenhuizen: ‘Probeer het zelf uit en kijk waar de winst zit voor jouw praktijk, maar blijf kritisch op de resultaten.’

Robert ziet veel mogelijkheden voor verdere ontwikkeling. Verbetering van de speech-to-text, betere consultspecifieke prompts, orderverwerking op basis van transcriptie en automatische samenvattingen van dossiers zijn belangrijke stappen. Daarnaast ziet hij een rol voor AI als beslissingsondersteunend systeem en als ‘tolk’ tussen patiënt en arts, ook letterlijk. Over één tot twee jaar verwacht hij een geleidelijke, natuurlijke groei in gebruik, waarbij artsen steeds meer gaan experimenteren en verfijnen. Zijn tip voor afdelingen die net beginnen: start met een goede introductie, oefen een gesimuleerd consult en volg het gebruik actief op. ‘Na één tot twee weken ontstaat vaak een dip. Dat is hét moment om de prompt te verbeteren.’

Snelle groei, maar blijft technologie in ontwikkeling

De Digizorg Assistent groeit snel binnen het Erasmus MC. In juli werd een mijlpaal bereikt: 1.000 opgenomen consulten, mede door gebruik binnen dermatologie, interne geneeskunde, cardiologie en nu ook neurologie.

De case laat zien dat de Digizorg Assistent al duidelijke voordelen oplevert in structuur en kwaliteit van de verslaglegging. Tegelijkertijd blijft het een technologie in ontwikkeling: de basis is gelegd, maar de grootste winst moet nog komen. Het laat vooral de waarde zien van pioniers zoals Robert, kritisch, nieuwsgierig en bereid om te leren en te verbeteren. Dankzij hun inzet groeit niet alleen de tool, maar ook het vertrouwen van de gebruikers.